Mei 2026
Editie 05 — Onafhankelijk dossierjournaal
De staat van de Nederlandse genderzorg — beleid, klinieken, cijfers, dossiers.
SGP-Kamerlid Diederik van Dijk stelde op 1 juni 2026 zeventien schriftelijke vragen aan minister Hermans van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Aanleiding was een artikel dat concludeert dat dertig jaar onderzoek naar het Dutch Protocol — de Nederlandse behandelroute voor jongeren met genderdysforie, die wereldwijd model heeft gestaan — geen betrouwbaar bewijs heeft opgeleverd dat puberteitsremmers, hormonen en operaties de geestelijke gezondheid van minderjarigen verbeteren. Van Dijk vraagt de minister onder meer of zij erkent dat "de methodologische onderbouwing van deze behandelingen uiterst kwestieus is".
Wat Van Dijk precies vraagt
De vragen raken de kern van het protocol dat in Nederlandse genderklinieken nog altijd de standaard is. Van Dijk wil weten of aan kinderen en ouders expliciet wordt verteld dat verschillende systematische reviews géén overtuigend bewijs vinden dat puberteitsremmers en hormonen suïcidaliteit of depressie verminderen. Hij vraagt ook waarom Nederland vasthoudt aan het protocol terwijl Finland, Zweden en het Verenigd Koninkrijk hun aanpak na eigen literatuuronderzoek hebben herzien — landen die, anders dan Nederland, terughoudendheid inmiddels als uitgangspunt namen.
Een overleden patiënt uit het onderliggend onderzoek
Het meest indringende deel van de vragenlijst gaat niet over cijfers, maar over een sterfgeval. Van Dijk vraagt de minister of het klopt dat in het wetenschappelijk onderzoek waarop het Dutch Protocol is gebaseerd, een mannelijke patiënt is overleden als direct gevolg van complicaties na een colovaginaplastiek — een ingreep die nodig was omdat penis en scrotum onvoldoende waren ontwikkeld door de toegediende puberteitsremmers. Hij wil weten of deze sterfte onafhankelijk is onderzocht, of die is gemeld bij de verantwoordelijke medisch-ethische toetsingscommissie, en welke procedure normaal geldt wanneer een deelnemer aan wetenschappelijk onderzoek overlijdt. Dit zijn tot nu toe vragen, geen vaststaande feiten: de minister moet nog antwoorden, en Genderinfo kon de toedracht niet zelfstandig verifiëren. Juist daarom is een onafhankelijk onderzoek naar deze casus, zoals Van Dijk bepleit, op zijn plaats.
Geen zicht op de uitkomsten
Een tweede lijn in de vragen gaat over monitoring: worden complicaties, spijt en detransitie in Nederland structureel bijgehouden? Uit de vragen blijkt dat Van Dijk daar vraagtekens bij zet. Dat sluit aan bij wat elders in het netwerk al is gedocumenteerd: intensivist Armand Girbes wees er eerder op dat dertig jaar protocol weinig hard bewijs heeft opgeleverd, en een peiling onder Nederlanders liet zien dat twee derde meer terughoudendheid wil bij genderzorg voor minderjarigen — een stemming die haaks staat op de manier waarop het protocol in de praktijk wordt toegepast.
Wat dit betekent
Kamervragen zijn geen oordeel — ze dwingen de minister tot een schriftelijk, controleerbaar antwoord. Dat is precies waarom deze vragenlijst ertoe doet: hij legt vast wélke onderbouwing er wel en niet is, en maakt zichtbaar dat zelfs de vraag of een sterfgeval ooit onafhankelijk is onderzocht, tot nu toe onbeantwoord is gebleven. Zolang het antwoord van VWS er niet is, blijft de kernvraag van Van Dijk overeind: op welke basis wordt aan ouders en kinderen verteld dat deze behandelingen veilig genoeg zijn om zonder sterkere monitoring voort te zetten.
Bronnen
SGP, 'Kamervragen onderbouwing puberteitsremmers en hormonen', gepubliceerd 1 juni 2026: sgp.nl.
Jeffrey Schipper, Cvandaag, 'SGP stelt Kamervragen over onderbouwing puberteitsremmers en hormoonbehandelingen bij kinderen', 3 juni 2026: cvandaag.nl.

Nienke Vogelaar
Redactie
Veelgestelde vragen
Wat is het Dutch Protocol?
Het Dutch Protocol is de Nederlandse behandelroute voor jongeren met genderdysforie, ontwikkeld in de jaren negentig, die wereldwijd model heeft gestaan voor de inzet van puberteitsremmers en hormonen bij minderjarigen.
Wat vraagt de SGP precies aan de minister?
SGP-Kamerlid Diederik van Dijk stelde zeventien schriftelijke vragen, onder meer over de wetenschappelijke onderbouwing van het protocol, het ontbreken van structurele monitoring van uitkomsten, en of een patiënt in het onderliggend onderzoek overleed aan complicaties.
Zijn de vragen van de SGP al beantwoord?
Op het moment van publicatie van dit artikel had minister Hermans van VWS nog niet schriftelijk gereageerd op de vragen van Van Dijk.